|
Luchtverkeersleiding Nederland begint zondag 27 oktober a.s. op Schiphol met een nieuwe procedure voor het tijdens duisternis gelijktijdig landen op twee banen. Het gaat hier om banen die zodanig ten opzichte van elkaar liggen dat het gelijktijdig gebruik speciale procedures vraagt, zogenoemde convergerende banen. Met deze nieuwe procedure zal de komende wintermaanden het gebruik van de Schiphol-Oost baan, baan 22, in de ochtend en aan het begin van de avond kunnen afnemen in vergelijk met het vorige winterseizoen. Ook het gebruik van de Zwanenburgbaan voor landingen vanuit zuidelijke richting zal daardoor kunnen verminderen. Duisternis vraagt aangepaste procedures voor een veilige afhandeling van het luchtverkeer. In de wintermaanden vallen de eerste en de laatste piekperiode voor binnenkomend verkeer buiten de daglichtperiode. In de piekuren zijn op Schiphol drie banen tegelijk in gebruik, een combinatie van twee startbanen en één landingsbaan tijdens een piek in het uitgaande verkeer, of een combinatie van twee landingsbanen en één startbaan in piekuren in het binnenkomende verkeer. In december 2000 besloot LVNL de procedure die tot dan toe werd gehanteerd voor het gelijktijdig landen op twee convergerende banen, niet meer te hanteren. In het licht van de verwachte verdere toename van het aantal vliegtuigbewegingen en het complexer worden van de afhandeling ervan achtte LVNL eerst nader onderzoek naar de veiligheid noodzakelijk. Dit onderzoek was gericht op een situatie waarin voor elk van de twee in gebruik zijnde landingsbanen een vliegtuig voortijdig de eindnadering zou afbreken en een zogeheten doorstart zou maken. Het gebruik van start- en landingsbanen wordt in de eerste plaats bepaald door de wind- en zichtcondities. Dit geldt ook voor combinaties van banen. Het besluit van LVNL had tot gevolg dat bepaalde combinaties van landingsbanen bij duisternis niet meer werden gebruikt. Onder meer het gebruik van baan 22, de Schiphol-Oost baan, is daardoor de afgelopen twee winterseizoenen hoger geweest dan voorafgaande winters. De nieuwe procedure is ontwikkeld in nauw overleg met de Inspectie Verkeer en Waterstaat. Ook de Vliegdienst van de KLM en het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium zijn door LVNL bij de ontwikkeling ervan betrokken. De nieuwe procedure voorziet onder meer in aangepaste vlieghoogtes na de doorstart en een grotere afstand tussen de landende vliegtuigen.
De verkeersleiders van LVNL die werkzaam zijn in
de verkeerstoren op Schiphol en bij de naderingsverkeersleiding
zijn inmiddels voor de nieuwe procedure getraind. Schiphol-Oost, 24 oktober 2002
CorpCom/02/013/MW
Bureau Corporate Communications Luchtverkeersleiding Nederland
Tel: 020 - 406 21 78, 020 - 406 22 00
|
| Terug naar PVA nieuwspagina |
| PVA homepage |