Commissie Geluidhinder Schiphol

Mevrouw P. Nieuwenhuizen

Secretaris

Postbus 3007

2001 DA  HAARLEM

 

 

 

uw brief van:

schiphol-o:

contactpersoon:

14 januari 2002

14 februari 2002

Marjolein Wenting

 

 

 

uw kenmerk:

ons kenmerk:

toestelnummer:

CGS02.054

CorpCom 02/007

2178

 

 

 

onderwerp:

bijlage(n):

faxnummer:

Schemerregeling

 

3665

 

Geachte mevrouw Nieuwenhuizen,

 

Alvorens in te gaan op wat u in uw brief van 14 januari jl. over het gebruik van baan 22 omschrijft als "schemerregeling", hecht ik er aan om eerst stil te staan bij de factoren die voor de verkeersleiding bepalend zijn voor het aanbieden van baan 22 aan vliegers.

Daarbij is ook de volgorde van de genoemde factoren bepalend.

 

Factor 1: weersomstandigheden.

De weersomstandigheden zijn doorslaggevend voor de keuze van alle banen en baancombinaties.  Het begrip "weer" omvat voor de verkeersleidingsprocedures: windrichting, windsterkte, het zicht en de hoogte van de wolkenbasis. Het GPBS, het preferentieel baangebruik adviessysteem, koppelt aan de waarden van deze "onderdelen" van het weerbeeld de voor de omwonenden gunstigste banen en baancombinaties.

In dit adviessysteem staat het gebruik van baan 22, al dan niet in combinatie met andere banen zeer laag in de reeks. Alleen bij wind uit zuidelijke richtingen komt het gebruik van baan 22 in beeld.

Het gebruik van deze baan is dus direct te herleiden tot het weer. De overzichten van het gebruik van deze baan in relatie tot het totaal aantal landingen op Schiphol, zoals u deze regelmatig van ons ontvangt, maken deze relatie duidelijk zichtbaar.

 

Factor 2: baan 22 secundaire landingsbaan.

Baan 22 wordt bij normale weersomstandigheden gebruikt als secundaire landingsbaan. Met het besluit van de overheid Schiphol tot een mainport te laten groeien werd het gelijktijdig gebruik van drie banen een noodzaak. Alleen met een dergelijk baangebruik kan de voor de gebruikers noodzakelijke capaciteit worden geleverd. Dit betekent dat bij een piek in het binnenkomende verkeer twee landingsbanen in gebruik zijn, een primaire en een secundaire.

Bij wind uit zuidelijke richtingen kan baan 22 de secundaire landingsbaan worden in combinatie met baan 19R als primaire landingsbaan. Het gebruik van baan 22 als secundaire landingsbaan staat laag op de preferentielijst. Dit mede omdat alleen vliegtuigen tot een gewicht van 75 ton op deze baan kunnen landen. Tot deze categorie behoren o.a. de Boeing 737-800 en 737-900. Ook de ligging van de baan ten opzichte van de terminals is ongunstig. Vliegtuigen moeten na de landing vaak lange taxiroutes volgen, die bovendien kruisingen kennen. Het gebruik van baan 22 betekent dan ook altijd een beperking van de uurcapaciteit.

Zoals u bekend wordt de baan uit milieuoverwegingen bij normale weeromstandigheden in principe  niet gebruikt voor 07.00 uur en niet na 21.00 uur. Voor het inzetten van deze baan als secundaire landingsbaan is dat minder relevant omdat buiten die uren het aanbod van binnenkomend verkeer zodanig van omvang is dat dit zonder vertraging op één baan kan worden afgehandeld.

 

Factor 3: nieuwe dwars- en staartwindcriteria en het UDP besluit.

Het gebruik van baan 22 kan door twee oorzaken versterkt worden. Sinds november 2000 moet de verkeersleiding werken met de nieuwe dwars- en staartwindcriteria, zoals de commissie Rinnooy Kan die aan Schiphol heeft geadviseerd en door de Minister van Verkeer & Waterstaat zijn overgenomen. Deze criteria leiden ertoe dat bij wind uit zuidelijke richtingen de baancombinatie 19R primair - 27 secundair eerder wordt vervangen door 19R - 22. Deze nieuwe criteria gelden voor alle banen.

 

De tweede oorzaak van een hoger gebruik van baan 22 is het besluit van LVNL van december 2000 om niet langer het gelijktijdig gebruik van twee afhankelijke convergerende landingsbanen toe te staan buiten de zogeheten uniforme daglichtperiode (UDP). Intern onderzoek had aangetoond dat dit baangebruik bij de huidige intensiteit van het verkeer en de verwachte verdere groei ervan naar het oordeel van LVNL onvoldoende zekerheid voor de veiligheid bood.

Ik wil hierbij met nadruk stellen dat dit besluit alle combinaties van afhankelijke, convergerende banen betreft en geen maatregel is die specifiek baan 22 raakt. De maatregel heeft alleen dan gevolgen voor baan 22 wanneer de wind zodanig uit zuidelijke richtingen waait, dat de combinatie van baan19R hoofdlandingsbaan - baan 27 secundaire baan de meest preferente combinatie is. Voor binnenkomend verkeer zijn de banen 19R en 27 afhankelijk en convergerend. Buiten de UDP  wordt in die situatie het GPBS niet gevolgd, maar een combinatie van niet afhankelijke banen gezocht. Eerst wordt gekeken of de combinatie 19R - 01L mogelijk is. Wanneer voor 01L de dwars- of staartwindcriteria zouden worden overschreden, moet worden uitgeweken naar de combinatie met baan 22 als secundaire landingsbaan.

Ook voor deze situatie is het weer dus de eerst bepalende factor.

Het UDP besluit heeft alleen gevolgen in de winterperiode. Alleen dan zijn er buiten de UDP periode combinaties van banen nodig. Het UDP besluit heeft, afhankelijk van de baancombinaties, meer of minder negatieve gevolgen voor de capaciteit. Dit treft de gebruikers van Schiphol dus met name in de wintermaanden, wanneer door weersinvloeden toch al vaker vertragingen ontstaan, met alle schade van dien voor de luchtvaartmaatschappijen en hun klanten.

In 2001 hebben wij een aantal concepten voor nieuwe, naar het oordeel van LVNL wel voldoende veilige procedures voor het gebruik van convergerende, afhankelijke banen buiten de UDP aan onze gebruikers voorgelegd. Geen van deze voorstellen bleek in de praktijk voor alle betrokkenen acceptabel. Dit mede door het ontbreken van wettelijke veiligheidsnormen en -standaards. Op dit moment loopt een gezamenlijk project waarbij LVNL deskundigen samen met vliegers van de KLM naar oplossingen zoeken.

Het Directoraat-Generaal voor de Luchtvaart is en wordt op de hoogte gehouden van de voortgang en onze bevindingen in deze.

 

Factor 4: baan 22 hoofdlandingsbaan.

Bij uitzonderlijk harde zuidwesten wind kan het voorkomen dat alleen baan 22 aan de dwarswindcriteria voldoet. In dat geval is baan 22 hoofdlandingsbaan. Bij deze weerssituatie, die zich in 2002 al enkele malen heeft voorgedaan moeten alle binnenkomende vliegtuigen naderen over het centrum van Amsterdam. De vliegtuigen met een gewicht boven de 75 ton landingsgewicht landen op baan 24, de overigen op baan 22. Bij die weersituatie is baan 24 dan tevens in gebruik als - enige - startbaan. Alleen dan mag baan 22 ook voor 07.00 uur en na 21.00 uur worden gebruikt; Schiphol zou anders immers onbereikbaar zijn.

Het is mogelijk dat de weersomstandigheden toelaten dat vliegtuigen naderingen uitvoeren op baan 27, om dan op baan 24 te landen. Dat beperkt weliswaar het vliegverkeer boven het centrum van Amsterdam, maar verkleint de capaciteit van baan 24, in mixed mode configuratie in gebruik, nog meer. Wanneer het verkeersaanbod het toelaat zal echter zeker voor deze mogelijkheid worden gekozen. Dit was bijvoorbeeld het geval tijdens de nacht van 11 op 12 februari jl. 

 

U vraagt ons om een officiële verklaring voor de toepassing van wat u omschrijft als de "schemerregeling". Ik hoop met de bovenstaande uitvoerige uitleg duidelijk te hebben gemaakt dat het gebruik van baan 22 door veel meer factoren dan door het UDP besluit wordt bepaald. In de uitleg aan burgers die zich bij u melden met klachten over hinder en gevoelens van onveiligheid moet naar onze mening dit aspect van het gebruik van baan 22 niet centraal worden gesteld. De indruk zou kunnen ontstaan dat met het oplossen van het UDP vraagstuk, naar wij hopen de komende zomer ook de overlast voor de bewoners van de Amsterdamse binnenstad verleden tijd is. Het gebruik van baan 22 zal echter pas werkelijk aanzienlijk minder worden wanneer de nieuwe vijfde baan volledig operationeel zal zijn. Die maakt het gebruik van baan 22 als secundaire landingsbaan overbodig.

 

LVNL is zich zeer bewust van de overlast die het gebruik van baan 22 voor bewoners van de binnenstad van Amsterdam kan opleveren. Daarom zijn wij in februari 2001 met een bijzondere, tijdelijke procedure gaan werken om de combinatie baan 19R - baan 27 voor binnenkomend verkeer buiten de UDP weer te kunnen gebruiken. Dit in de verwachting dat voor het begin van de nu lopende wintertijdperiode al een blijvende oplossing gevonden zou zijn voor het gebruik van convergerende, afhankelijke landingsbanen buiten de UDP. Helaas zijn wij daar niet in geslaagd. Bovendien hebben de onderzoeken aangetoond dat ook deze speciale tijdelijke procedure onvoldoende effectief was. Daarom wordt deze niet in deze wintertijd opnieuw toegepast.

 

Het huidige gebruik van baan 22 is ook voor de Minister van Verkeer en Waterstaat een punt van aandacht en zorg, ook nu het huidige Gebruiksplan dit jaar een versterkt gebruik toont. Dit als gevolg van onderhoud aan de Zwanenburgbaan en de Buitenveldertbaan. LVNL is door de Minister met nadruk gevraagd het gebruik van baan 22 waar mogelijk te beperken. Hierover en over het zogeheten 'dubbel baangebruik buiten UDP' vindt overleg plaats met de Directeur-Generaal Luchtvaart. LVNL heeft inmiddels een aantal voorstellen gedaan aan de overige leden van de luchtvaartsector ter beperking van het gebruik van baan 22. Bij die voorstellen is echter een verlies van capaciteit  onontkoombaar. Zodra hierover nadere mededelingen kunnen worden gedaan wordt de CGS door ons geïnformeerd.

Wij moeten daarbij opmerken dat de sector gehouden is aan de geluidszone, zoals die in de Aanwijzing is vastgelegd en waaraan de sector wettelijk gebonden is. Deze zone is dan ook maatgevend voor het baangebruik.

De norm van 2% rechte naderingen over de stad, waar veel bewoners van de Amsterdamse binnenstad op wijzen, is opgenomen in een overeenkomst tussen de Minister van Verkeer & Waterstaat en LVNL. 

De zone laat een aanzienlijk ruimer gebruik van baan 22 en rechte naderingen over de stad toe dan het aantal naderingen van 2% ten opzichte van het totaal aantal landingen zoals de overeenkomst noemt. De luchthaven wordt uitsluitend wettelijk gehandhaafd op de afwikkeling vanhet verkeer binnen de geluidszone, en niet op de 2% norm. Ook LVNL wordt hierop niet wettelijk gehandhaafd. De overeenkomst verplicht LVNL alleen de overschrijdingen jaarlijks in media te publiceren.

Ik wil u erop wijzen dat in het goedgekeurde Gebruiksplan 2002 vanwege het al eerder genoemde onderhoud aan de Zwanenburgbaan en de Buitenveldertbaan een percentage van 2,1% is opgenomen met een meteomarge tot 3,5. Bij dit percentage zal nog steeds geen sprake zijn van een overschrijding van de zone.

 

Samenvattend kan gesteld worden dat baan 22 wordt ingezet conform het GBPS. Daarbij zijn de weersfactoren windrichting, windsterkte, zicht en wolkenbasis bepalend. Baan 22 heeft mede vanwege de beperkte gebruiksmogelijkheden een zeer lage preferentie. Alleen buiten de UDP wordt momenteel van het GPBS afgeweken om combinaties van afhankelijke, convergerende banen te vermijden.

In het GBPS komt baan 22 voor als reguliere secundaire landingsbaan en als hoofdlandingsbaan bij uitzonderlijk weer. Het gebruik van baan 22 wordt uitsluitend bepaald door de noodzaak vanwege weersomstandigheden en beperking ervan is alleen mogelijk door inleveren van capaciteit en/of een verlaging van het veiligheidsniveau.   

 

 Ik hoop u met deze uitvoerige schets van de situatie voldoende informatie te hebben gegeven om vragen van omwonenden adequaat te kunnen beantwoorden. Ook wij besteden veel tijd aan gesprekken met bewoners van Amsterdam die zich tot ons wenden. Uit die gesprekken blijkt dikwijls een verkeerd beeld van de middelen en mogelijkheden van LVNL om overlast te beperken.

Ook daarom zijn wij zijn te allen tijde bereid om op vragen van omwonenden in te gaan en uitleg te geven. Het Platform Vliegoverlast Amsterdam is voor onze organisatie in deze dan ook een belangrijke belangenvertegenwoordiger. Wij hebben het Platform recent laten weten dat wij ons ervan bewust zijn dat het aantal rechte naderingen over het centrum van Amsterdam, ook door grote vliegtuigen kan toenemen. Dit echter alleen als gevolg van uitzonderlijke weersomstandigheden.

 

Onze organisatie staat voor een veilige, efficiënte afhandeling van het luchtverkeer binnen de door de overheid gestelde Mainport Schiphol randvoorwaarden. In de opdracht die LVNL heeft bij de ontwikkeling van Schiphol tot mainport hoort een zogeheten declaired capacity van op dit moment 108 vliegtuigen in een uitgaande en 104 vliegtuigen in een binnenkomende piek. Binnen de gestelde veiligheidsvoorwaarden en de wettelijke milieunormen heeft LVNL tot taak deze capaciteitscijfers waar mogelijk te realiseren. Zeker bij het weerbeeld van de afgelopen weken is onze organisatie het uitvoerende punt waar tegengestelde belangen van de sector en van de bewoners van het centrum van Amsterdam samenkomen. Het evenwicht tussen die belangen moet LVNL vinden binnen die randvoorwaarden. Wij zullen een kopie van dit schrijven sturen aan de wethouder luchthaven van de gemeente Amsterdam, mr. dr. G.D. Dales en de voorzitter van het Platform Vliegoverlast Amsterdam,

dr. K. Weijer.

 

Hoogachtend,

 

 

 

 

Ir. E. Hofstee

Directeur Stakeholder Management

 

 

 

Terug naar PVA nieuwspagina
 
PVA homepage